‘Verboden’  liefde

Ik weet het nog als de dag van gisteren. Met alles wat ik in mij had probeerde ik op de middelbare school mijn verliefdheid voor een jongen in mijn klas te onderdrukken. Tevergeefs. En ik kon het met niemand delen.

Het was zo deprimerend en onveilig om overal om je heen het anti-homo sentiment te voelen.

Opgroeiend in een dorp waar ik geen enkel voorbeeld had, probeerde ik te begrijpen wat er met mij aan de hand was. Het enige sentiment dat ik kende was een afkeer van homoseksualiteit. Ik wilde mijn liefde verkennen, maar het kon niet. Ik hoopte op wederzijdse liefde, tevergeefs. Hoe kon ik er achter komen als tiener of een andere jongen ook op jongens viel?

Ik probeerde het volledig weg te drukken. Ik moest er vooral alles aan doen om te zorgen dat niemand het zou merken. Ik ging meedoen met het anti-homo sentiment. Ik werd zo iemand die andere jongens voor homo uitmaakte, om de aandacht van mijzelf af te leiden. Ik probeerde met meisjes te flirten en zoende met ze, om aan de buitenwereld te bewijzen dat ik niet zo’n ‘vieze’ homo was.

Mijn depressie bleef toenemen en het leven was alles behalve leuk. Ik kan het moment nog exact voor mij halen. Buiten de discotheek op de grond, met een goede vriendin naast mij. Voor het eerst sprak ik de woorden uit. “Ik denk dat ik óók op jongens val.” Ik voel de tranen opkomen als ik terugdenk aan de angstige Remco van toen. Ik durfde het woord homo niet te gebruiken, omdat het zo’n beladen scheldwoord was. Ik deed eerst nog alsof het biseksualiteit was. Zodat ik tegen mijn ouders kon zeggen dat ik wel een gezin en kleinkinderen kon bieden. Dan gooide ik het plaatje niet in één keer kapot. Ookal wist ik toen al wel dat dat niet zou gaan gebeuren. Ik hield mijzelf en mijn omgeving voor de gek.

Het hele dorp sprak er over toen ik het uiteindelijk vertelde aan mijn vrienden. Ik denk dat ik eerste openlijk homoseksuele tiener ooit was in het dorp. De vrienden bleken voorwaardelijke vrienden. Ik werd uit de groep gezet. Niet meer welkom. Het was laf. Niet eens met zoveel woorden omdat ik homo was. Ik volgde mijn authentieke pad. Ik volgde mijn eigen beweging en was niet langer loyaal aan hen. Achteraf gezien was het een bevrijding. Bevrijd van het verstikkende effect dat het dorp op mij had. En onder de oppervlakte ook bevrijd van de sluimerende homohaat. Ik voelde mij wel slachtoffer maar ik was het niet. Er wachtte een veel leuker leven op mij, weet ik nu.

Mijn camerastage in de randstad had mij laten zien dat het ook anders kon. Ik ontmoette gelijkgestemden. Het was niet meer nodig om mij anders voor te doen dat wie ik werkelijk was. Ik ging eindelijk inhalen waar ik in het dorp geen ruimte voor voelde.

Wat doe je als je collectief nog steeds voelt dat een groot deel van de samenleving homo’s minacht? Van ze walgt? Ik bleef mij verstoppen. Ik voelde mij alleen maar veilig met uitgaan als ik op een plek was waar ik zeker wist dat ik 100% zeker geaccepteerd werd. In het openbaar zo min mogelijk affectie tonen met een andere jongen om geen agressie uit te lokken. Laat het maar lijken alsof het een goede vriendschap is. Dan ben ik veilig.

Ik bleef de bevrijding maar zoeken in de buitenwereld. Als ik geaccepteerd word door de mensen om mij heen dan voel ik me veilig. Maar wat ik niet zag was dat ik mijzelf nog steeds niet accepteerde. Ik voelde mij nog steeds niet veilig bij mijzelf. Ik bleef mijzelf maar afwijzen. De buitenwereld kon dat onmogelijk compenseren. Dat inzicht keerde iets voor mij. De buitenwereld zal altijd blijven oordelen. Er zal homohaat zijn. Er worden in de wereld nog steeds mannen en vrouwen in gevangenissen gegooid, gemarteld en vermoord om de liefde die ze voelen voor hetzelfde geslacht. Maar die pijn meevoelen en dragen helpt mij niet verder. Waarom moet ik mij schuldig voelen omdat ik hier geboren ben? Het helpt de mensen in die landen ook niet verder. Het enige dat we, denk ik, kunnen doen is het voorleven. Liefhebben wie we willen, wat een ander daar ook van vindt. Verandering gaat zo tergend langzaam en het enige waar je invloed op kunt uitoefenen ben je zelf.

Juist omdat het kan, hier in Nederland. Omdat het wettelijk vastgelegd is dat het mag. Hoe verbijsterend eigenlijk dat gelijke behandeling om wie je lief hebt vastgelegd moet worden in een wet. We hebben niet ‘makkelijk praten’ in Nederland, omdat op hetzelfde geslacht vallen hier niet strafbaar is. Pijn is pijn. Ook in onze samenleving is het anti-homo sentiment aanwezig. Ook op dit moment zijn er hier in Nederland tieners die de wanhoop nabij zijn.

Mijn liefdesleven was tot voor kort een spoor van pijn. Ik geloof dat de minderwaardigheid die ik voelde als homoseksuele tiener heeft bijgedragen aan het vermijden van verbinding. Als de de hele tijd hoort dat homo’s walgelijk zijn, dan zal je toch ook wel geen liefde verdienen? Het gaat, hoe dan ook, onder je huid zitten. Dus wanneer iemand dichterbij komt, sluit je je weer af.

Met mijn huidige vriend ben ik in de liefde zichtbaarder dan ik ooit eerder heb durven zijn. Niet omdat de buitenwereld veranderd is. Het is omdat ik veranderd ben. Omdat ik ben gaan inzien dat de buitenwereld niet mijn leven bepaalt. De buitenwereld voelt minder bedreigend, maar ik blijf alert. Want de realiteit is dat mijn liefde in delen van de samenleving niet geaccepteerd wordt. Die realiteit moet ik gewoon aannemen voor wat het is. Dan maar geen acceptatie. Ik heb er geen controle over. En kan al helemaal niks afdwingen.

We kunnen alleen doorgaan met leven, en liefhebben. Het begint bij jezelf. Het wordt tijd dat ik mijzelf eens ga liefhebben voor wie ik ben. Dat kan niemand anders voor mij doen.

Volgende
Volgende

Wat het werken in groepen voor mij gedaan heeft.